Archive for the ‘Van de voorzitter’ Category

Van de voorzitter: zelfde verhaal

Thursday, January 31st, 2008

Zweefvliegers zijn meestal pragmatisch ingesteld, maar men heeft toch gemeend dat zweefvliegers aan het begin van hun vliegcarriere enige theoretische kennis bijgebracht dient te worden. Het kennisniveau wordt zelfs getest voordat men in aanmerking komt voor het behalen van het zweefvliegbewijs. Gelukkig voor velen blijft het bij dit eenmalige testmoment.

Er zijn natuurlijk meerdere manieren om kennis te vergaren. Bij de GSA bleken algauw de beperkingen van zelfstudie. Je kunt jezelf veel leren, maar zelden de juiste dingen. Daarom werd er bij de GSA een theoriecursus opgezet. De docenten voor de cursus werden niet ver gezocht.
Ook mij viel de eer ten deel om gevraagd te worden voor het verzorgen van een deel van de theoriecursus. Weigeren was geen optie, dus lever ik inmiddels al vele jaren een bijdrage aan de vorming van nieuwe lichtingen zweefvliegers.

Ook lesgeven moet men leren, zo ondervond ik al snel. Het gezamenlijk doorlezen van het theorieboek bleek geen goede lesmethode. Wat volgde was een proces van jarenlang verfijnen van het lesprogramma. Onderwerpen werden toegevoegd, onderwerpen werden weggelaten en voornamelijk werden onderwerpen versimpeld, versimpeld en versimpeld. Zo is langzamerhand een in mijn ogen samenhangend verhaal ontstaan dat de cursisten een aardig beeld geeft van wat ze niet weten.

Nu zou je denken dat het ieder jaar afdraaien van hetzelfde verhaal saai gaat worden. Nu vind ik de onderwerpen aerodynamica en constructie nooit saai, maar afgezien daarvan is de groep cursisten ook ieder jaar anders. Wat de ene groep zo van mij aanneemt, meent de andere groep toch ter discussie te moeten stellen. Dan moet ik opeens mijn uiterste best doen om een verklaring te verzinnen die (in ieder geval voor een leek) plausibel lijkt.
Niet alleen de groep wisselt ieder jaar maar ook het aantal cursisten. Er zijn jaren geweest dat er wel 10 man aanwezig waren. Dit jaar bleef de teller steken op één. Dit nieuwe lid was niet eens verbaasd dat hij de enige cursist was. Nu begreep ik dat hij afgelopen jaar ook één van de weinige DBO-ers was geweest, dus vermoedelijk wist hij niet beter dan dat privé-les normaal was bij zweefvliegen.
Moet ik nu teleurgesteld zijn dat er maar één cursist was? Dat vind ik niet. Hij kon er niets aan doen dat hij alleen was. Bovendien, is een verhaal het pas waard om verteld te worden als er voldoende luisteraars zijn? Het verhaal dat ik verteld had was hetzelfde verhaal als de voorgaande jaren. Het lijkt mij niet dat het verhaal opeens minder goed was geworden omdat er minder luisteraars waren.

Binnenkort gaan we weer de Dies van de GSA vieren. Ik ben overtuigd dat dit een groots feest gaat worden zoals de traditie vereist. Mocht echter de GSA het weer laten afweten en mocht U allen onverhoopt verhinderd zijn, maakt u zich dan geen zorgen. Ook voor een lege zaal kun je een goed verhaal houden.

Martijn Pluim

Van de voorzitter: afrekencultuur

Monday, October 1st, 2007

Van de voorzitter – Afrekencultuur

Afgelopen zomer werd op het laatste moment het zomerkamp van de GSA verplaatst van Tsjechië naar Frankrijk. Nu was het alweer jaren geleden voor mij dat ik op zomerkamp in Frankrijk was geweest, maar er bleek weinig veranderd te zijn. Het regende er nog steeds. Gelukkig is een zomerkamp een zomerkamp dus al snel na mijn aankomst stond ik met een biertje in mijn hand een mooie modderpoel uit te zoeken voor mijn tent. Na het opzetten van mijn tent is het altijd het moment om eens te kijken wie er allemaal rondlopen op het kampje. Gelukkig zijn er altijd wel mensen die ik herken. Er zijn meestal zelfs een paar mensen die mij herkennen. Verder zijn er een hoop nieuwe gezichten. Normaal gesproken is dat niet zo’n probleem. Dit keer was echterhet zomerkamp gezamenlijk met de Drienerlose zweefvliegclub (bij ouderen onder U beter bekend als Vleugellam) georganiseerd. In eerste instantie ging ik er daarom vanuit dat alle voor mij onbekende gezichten leden van de DZC waren. Dit bleek al snel niette kloppen omdat het de GSA gelukt was om een aantal nieuwe (zomer-)leden te werven. Vervolgens nam ik maar aan dat alle gekken wel lid zouden zijn van de GSA. Deze theorie bleek echter ook niet houdbaar. Ook bij de DZC had men wel een paar figuren met een licht afwijkend gedragspatroon.

Na een paar dagen op het kamp werd het mij duidelijk dat de DZC-ers gemakkelijk te herkennen waren als het om geld ging. Binnen de DZC was namelijk sprake van een keiharde afrekencultuur, d.w.z. ieder biertje, iedere consumptie, iedere hap, iedere slok moest apart afgerekend worden. Panisch was men dat men iets voor een ander zou moeten betalen. Kortom overal was een turflijst voor. Op mijn vraag of het niet lastig was om dat allemaal goed bij te houden, werd mij door een DZC-er uitgelegd dat ik daarvoor niet bang hoefde te zijn. Hoe minder je geturfd had hoe minder je hoefde bij te dragen aan een eventueel turfverlies.

Aan het eind van het kamp leverde het natuurlijk een hoop gereken op. Iedereen kreeg een persoonlijke afrekening van de penningmeester van de DZC. Alle rekeningen van de GSA-ers werden echter in beslag genomen door penningmeester van de GSA. Vervolgens heeft deze alle rekeningen bij elkaar opgeteld en volgens het HO systeem verdeeld over de GSA-ers. Een prima besluit, want persoonlijk heb ik er geen problemen mee om bier te drinken op kosten van armlastige studenten.

Op de laatste avond werd het verschil tussen het HO systeem van de GSA en het profijtbeginsel van de DZC nog eens gedemonstreerd. In het restaurant waren we verdeeld over twee tafels. Één tafel besloot om bij het afrekenen het HO systeem te hanteren en één tafel het ik-betaal-wat-ik-volgens-mij-gehad-heb systeem. Het moge duidelijk zijn aan welke tafel nog lange tijd het gerinkel van muntgeld te horen was. Zo kan men op zo’n kampje mooi zien dat iedere vereniging zijn eigen cultuur heeft. Zweefvliegen kun je bij vele verenigingen, maar dat wil niet zeggen dat het overal hetzelfde is.

Voor mij is het idee van een vereniging niet dat je precies terug krijgt wat je er instopt. Of anders gezegd dat je er alleen iets instopt als je er iets voor terugkrijgt. Daarmee hoop ik de vraag beantwoord te hebben waarom iemand lid zou worden van de GAZC.

Martijn Pluim

Van de voorzitter – wie is er aan de beurt?

Sunday, October 1st, 2006

Van de voorzitter

Binnen de GSA wordt vaak gesproken over het vlootbeleid. Eindeloze vergaderingen en borrels kunnen probleemloos gevuld worden met discussies over het aantal tweezitters dat de GSA moet bezitten, of er een prestatievliegtuig (bij) moet komen en wanneer we gaan plastificeren. Dus het lijkt mij niet nuttig dat ik hier verder in ga op deze discussies. Ik wil het echter hebben over het beleid ten aanzien van het gebruik van de vloot, want aan een vloot die je niet gebruikt heb je weinig.

Mijn stelling is dat vliegtuigen gemaakt zijn om te vliegen. Logisch hoor ik U denken, maar de praktijk is toch vaak anders. Zo blijken er mensen te zijn, die denken dat vliegtuigen bedoeld zijn om te dienen als huisvesting voor muizen of dat een vliegtuig beter tot zijn recht komt op een infomarkt, dan in de lucht. Het moge duidelijk zijn dat men met deze mensen niet de discussie moet aangaan. Dat leidt alleen maar tot non-argumenten, zoals dat het vliegtuig beter niet ingezet kan worden vanwege het risico van een kraakje. Kortom we vliegen vandaag niet omdat we niet het risico willen lopen dat we morgen niet kunnen vliegen. Op het moment dat je een vliegtuig niet meer durft te gebruiken omdat het beschadigd kan raken, dan wordt het tijd om je te gaan richten op het bouwen van modelvliegtuigjes.

Het belangrijkste is dat als een vliegtuig luchtwaardig is, er mee gevlogen wordt. Wie er dan vliegt is punt twee. Van belang is dat je het elkaar moet gunnen. Als ik een ander zijn startje niet gun, dan zal hij mij mijn startje ook niet gunnen en blijven we allebei op de grond staan. Helaas zijn er altijd eenlingen die dit niet begrijpen en vinden dat ze altijd het recht hebben om een vliegtuig te claimen. Verder heb je de neurotische types, die alleen al bij de gedachte dat ze één seconde korter zullen vliegen dan een ander, een monoloog van een uur kunnen afsteken tegen de startleider. Voor zowel eenlingen als monologen geldt dat er geen interactie vereist is, of simpeler gezegd, gewoon negeren dus.
Sommige mensen denken dat je de starts eerlijk kunt verdelen door een ingewikkeld beurtensysteem bij te houden. Het eerste nadeel van een dergelijke beurtensysteem is dat men vliegers kweekt, die denken dat de hoogst mogelijke ambitie binnen het zweefvliegen het vliegen van een uurtje is. Het tweede nadeel vind ik dat de focus meestal ligt op het voorkomen dat iemand teveel vliegt. Ik vind dat je juist moet zorgen dat er niemand te weinig vliegt.

Met een zweefvliegtuig op de grond is het net als met een leeg bierglas: “Wie is er aan de beurt!”

Martijn Pluim